HET VERHAAL ACHTER ARMOEDE

Wat is armoede?

Armoede betekent het niet altijd zelf kunnen voorzien in alle eerste levensbehoeften, zoals gezond voedsel, gezondheidszorg, huisvesting en kleding.

De armoedegrens in Nederland ligt op een inkomen van 1920 euro netto per maand voor een gezin met 2 kinderen. Dit bedrag is inclusief toeslagen die men krijgt (kindgebonden budget, zorgtoeslag etc.) maar zonder huurtoeslag. Gezinnen met 2 kinderen die minder dan 1920 euro netto per maand te besteden hebben, leven onder de armoedegrens oftewel leven in armoede. Voor een éénoudergezin met twee kinderen ligt die grens op 1540 euro netto per maand. 

Hoe ontstaat armoede?

Armoede kan altijd aanwezig zijn in een bepaald land, waarbij grote groepen mensen getroffen zijn door armoede.  In Nederland hebben we vooral te maken met individuele armoede. Individuele armoede betekent dat niet het hele land in armoede is, maar slechts een gedeelte van de bevolking. Dit kan ontstaan doordat mensen hun baan kwijtraken, door ziekte of door schulden.

Gevoelsmatige armoede

Armoede kan ook gevoelsmatig zijn. Mensen die een plotselinge daling van hun inkomen zien, kunnen ineens moeilijker rondkomen met het geld. Dit komt door het uitgavenpatroon dat ze eerder gewend waren. Al snel kan er een gevoel van armoede ontstaan, maar ook kunnen mensen hierdoor in de schulden raken wanneer het uitgavenpatroon niet wordt aangepast aan het nieuwe inkomen.

Kinderen in armoede

In Nederland leeft één op de negen kinderen in armoede. Steeds meer kinderen raken in armoede doordat hun ouders de maandelijkse rekeningen niet meer kunnen voldoen. Verwacht wordt dat het aantal kinderen in armoede steeds meer zal stijgen door de hogere lasten waarmee de bevolking ieder jaar te maken krijgt. Kinderen die in armoede leven zitten vaak niet bij een (sport)vereniging en kunnen geen verjaardagsfeestje geven. Ook worden deze kinderen vaker gepest op school omdat ze in tweedehands of merkloze kleding rondlopen. Vaak merken de kinderen dat hun ouders verdrietig of boos zijn en voelen ze zich schuldig. Veel kinderen nemen een baantje en kopen van dit geld vaker eten voor hun ouders of extraatjes. Er zijn zelfs kinderen die moeten stelen om aan eten of kleding te komen. Veel van deze gezinnen halen hun voedsel bij de voedselbank. Maar ook de voedselbank raakt steeds meer in een crisis: er komen meer mensen voor voedsel en kleding aankloppen dan dat er binnenkomt.